Theme Settings
Background Color
Background Texture
Body font
Navigation
font
Link Color
Footer Link Color

Bel ons op 06-42119245

Bel ons op 06-42119245

 
(0 item) - € 0,00

U hebt niets in uw winkelwagen.

Wijnhuis Tizzano

De Geschiedenis van Tizzano

De banden tussen Bologna en de illustere familie Marescalchi dateren van de tweede helft van de 18e eeuw, toen Graaf Vincenzo Marescalchi een uitgestrekt stuk grond in de heuvels kocht van de Benedictijner monniken (vanaf de rug waar de Tizzano hermitage staat tot aan de Bolsenda). Dankzij de ligging op het zuiden en de lichte helling was het gebied ideaal voor de wijnbouw, dat toen al werd toegepast. Op deze manier voegden de Marescalchi een nieuw eigendom toe aan hun bezittingen op de Po-vlakte, het palazzo in het hart van het dorp en de kleine villa buiten de stad “La Marescalca”. Dit bracht prestige aan het patrimonium van zo’n gerenommeerde familie, wier naam al sinds eeuwen was verbonden aan de geschiedenis van de stad.

Al een rijke familie in de 12e eeuw, hebben de Marescalchi’s door de eeuwen heen aan invloed en prestige gewonnen in de stad Bologna: sinds de instelling kon de familie rekenen op een erfelijke zetel in de Senaat; veel magistraten, ambassadeurs en krijgslieden van de stad werden door deze familie voortgebracht; ze hadden belangrijke familiebanden met andere illustere families van de stad. Paus Gregorius XIII, een van de belangrijkste pausen uit de Renaissance, was een telg uit de Marescalchi-familie. De kathedraal van Bologna was het toneel van het belangrijkste moment uit de Renaissance periode: de kroning van Keizer Karel V, de man “in wiens rijk de zon nooit ondergaat”. Bij die gelegenheid werd de Marescalchi familie, al geridderd door Frans I, geëerd met de titel van Paltsgraaf, met de autoriteit en het privilege om haar embleem met de Keizerlijke Adelaar te versieren.

In Tizzano restaureerden de Marescalchi’s een oude villa op het land. Het was een eenvoudig gebouw met een zuilengalerij en choreografische waterinstallaties, omringd door een wijd en rijk begroeid park, van binnen versierd met fresco’s van de kunstenaar Baglione. De locatie en het omringende landschap maakten van het huis een plezierige zomerresidentie.

Ook Bologna was betrokken bij de historische gebeurtenissen die plaatsvonden in de overgang van de 18e naar de 19e eeuw en die heel Europa in oproer brachten. Napoleon kwam de stad de eerste keer binnen als Commandant Generaal van de Revolutionaire Troepen in 1796. In zijn Herinneringen, geschreven op Sint Helena, herinnerde de afgezette keizer later zijn ontvangst in de stad: “Vooral Bologna brandde van verlangen naar vrijheid. De binnenkomst van de Armee was triomfaal; Caprari, Marescalchi en Aldini, gedeputeerden van de Senaat, brachten hun eerbewijs: de eersten van de beste families van het land”.

Wie was Senator Marescalchi die was uitgekozen om Napoleon te verwelkomen?

Het ging om Ferdinando, zoon van Vincenzo Marescalchi die we eerder noemden als koper van Tizzano, en hij zou later het meest opvallende personage van de familie worden.

Al op 26-jarige leeftijd werd hij senator, vanwege erfelijk privilege, was Ferdinando Marescalchi bijzonder in voor de nieuwe ideeën die uit Frankrijk kwamen. Hij had al vroeg de nieuwe liberale ideeën omarmd en, kracht halend uit zijn eminente positie, had deze verbreid in de stad, attent op het gebruiken van de elkaar zich snel opvolgende politieke en militaire ontwikkelingen om hiervan maximaal voordeel voor de zaak van de onafhankelijkheid van Italië te behalen

Zijn dubbele kwaliteit als aristocraat en als vooruitstrevend politicus zorgde ervoor dat hij werd uitgekozen als Ambassadeur van de CIS Alpijnse Republiek te Wenen na de vrede van Campoformio, de eerste Italiaanse diplomatieke vertegenwoordiger onder de Italiaanse driekleur als nationaal symbool.

Hij werd vervolgens benoemd als lid van het Directorium te Milaan en hierna als Minister van Buitenlandse Zaken, een positie die hij onafgebroken bekleedde onder de Italiaanse Republiek eerst en tot aan de val van Napoleon.

In 1805 ontving Ferdinando Marescalchi Napoleon, ditmaal niet meer als Generaal maar als Keizer, in Bologna, en liet voor die gelegenheid het Gemeentehuis versieren met schilderijen van Guido Reni, Carracci en Guercino en met zeer verfijnde meubelen. Hij ving op deze wijze de bewondering van Stendhal die in zijn memoires hier de volgende regels aan wijdde: “In het huis van de Heer Marescalchi is een zeer benijdenswaardige kamer. Deze is voorzien van een selectie schilderijen van Guido Reni, Guercino en Carracci. Dit is geen alledaags goed. Het wordt gewaardeerd op 500.000 Frank”. Maar de luxe waarmee Ferdinando zich omringde zou niet mogelijk zijn geweest zonder de opbrengsten van zijn bezittingen, waaraan het landgoed van Tizzano zeker een niet onverschillig deel bijdroeg.

De politieke activiteit van Ferdinando Marescalchi verplaatste desalniettemin het centrum van belangen van de familie naar Frankrijk en uiteindelijk werden zijn nakomelingen genaturaliseerd in dat land. Zijn kleinzoon Napoleon Ferdinand werd Ambassadeur van Koning Louis Philippe aan verschillende hoven in Europa. Na de val van het Tweede Franse Keizerrijk keerde diens zoon Antonio terug naar Bologna en maakte van Tizzano zijn residentie van voorkeur. Aan Antonio Marescalchi (waarnaar de weg die het landgoed doorkruist is genoemd) danken we de wedergeboorte van het bezit, waaraan hij zich met grote liefde en competentie wijdde.

Toen eenmaal het Palazzo in de stad (waar later Giuseppe Marconi geboren zou worden) en de villa La Marescalca waren gekocht, herstructureerde hij Tizzano en het landgoed, liet een lange galerij naar Bolognese stijl aanleggen om de villa met de bijgebouwen te verbinden, bouwde een ondergrondse kelder voor het bewaren en laten rijpen van de wijnen, breidde de stallen uit, ontwikkelde de landbouwactiviteiten en in het bijzonder de wijnbouw, terugvallend op zijn Franse studie en ervaring.

De villa werd naast woonplaats van de eigenaar ook het kloppend hart van de landbouwactiviteiten, in een harmonisch geheel dat eisen van decor verenigde met die van een moderne landbouwonderneming.

Antonio Marescalchi, was de laatste mannelijke afstammeling van de familie, werd opgevolgd door zijn enige dochter Mathilde, zij trouwde met Conte Guido Carlo Visconti di Modrone, Senator van het Koninkrijk.

Het leven op het landgoed tussen de twee wereldoorlogen was gebonden aan haar eigenaren, die het bewoonden en illustere gasten en personen van cultuur ontvingen in een gereserveerde en familiale atmosfeer. Tijdens de oorlog en de bezetting werd de villa opgevorderd door het Duitse bevel en 2 jaar lang aan de familie ontzegd.

Bij de bevrijding in april 1945, al nadat het landgoed door de Duitse troepen was ontruimd, was de villa tweemaal doelwit van zware Amerikaanse bombardementen. De villa werd volledig verwoest, het landgoed werd zwaar beschadigd. Dankzij de toewijding en de liefde van de eigenaren is uit de puinhopen van toen het Tizzano van nu voortgekomen.

Het woonhuis, kleiner en aangepast aan de eisen van de moderne tijd, is opnieuw een ontmoetingsplaats voor exponenten van het culturele leven. De voormalig Minister President Giovanni Spadolini was, in zijn journalistieke jaren in Bologna, een regelmatig bezoeker.

Het gemoderniseerde en met de meest gesophisticeerde werktuigen uitgeruste bedrijf geldt nu als een model in Emilia: haar wijnen zijn bekend en worden gewaardeerd in heel Italië en in het buitenland.

Dit geeft er blijk van dat de familie Visconti di Modrone als opvolger van het oude huis van de Marescalchi zich op haar beurt in de pas van de tijd heeft weten te tonen.

Van de wijnplant tot aan het eindproduct in de fles is het wijnassortiment van Tizzano helemaal compleet; het gaat van de witte mousserende wijnen tot aan de gerijpte rode wijnen van zowel autochtone als internationale druivensoorten.

In de 21e eeuw stelt Tizzano zich aan haar bewonderaars voor als een bedrijf dat niet alleen een rijke historie heeft maar ook volledig uitgerust is om nog veel meer historie te schrijven.